| Uw winkelwagen |
|---|
|
Uw mandje is momenteel leeg.
|
| Over Weefsels |
|
Hier uitleg over verschillende weefsels.
Platbinding Deze binding wordt het meest gebruikt voor bedtextielweefsels. De ketting- en inslagdraden worden om - en - om gekruisd. Kettingdraad gaat eerst boven op de inslagdraad, bij de volgende inslagdraad eronder, etc. Keperbinding Manier voor het kruisen van draden waarbij iedere horizontale kettingdraad steeds onder twee verticale inslagdraden loopt en daarna boven één inslagdraad. De inslagdraden liggen hierdoor steeds boven twee kettingdraden en daarna onder één kettingdraad. Deze binding is ook bekend als 2/1 keper. De 3/1 keper bestaat ook met dus drie bovenliggende inslagdraden. Satijnbinding
Is eigenlijk een zogenaamde 4/1 keper. Door satijn-weven is het mogelijk de
garens zeer dicht op elkaar te weven. Het doek wordt dus lekker soepel. Door de
vele "losliggende" draden slijt het veel sneller dan bijvoorbeeld een
platbinding.
Inslagtricot Draden die in de vorm van lussen in de breedterichting van het breisel lopen. Eén draad maakt een nieuwe rij lussen. De draad ligt in dezelfde richting als de inslagdraad. Het is vrij rekbaar waardoor het veel "stretch" bevat. Kettingtricot Draden in de vorm van lussen die in de lengterichting van het breisel lopen. Elke kettingdraad maakt slechts één steek van een rij lussen waardoor er veel draden benodigd zijn. Het is bijna niet rekbaar.
Veel gebruikte termen in het bedtextiel vak zijn
percaline, percal etc. Maar wat is dat eigenlijk?
100% katoen 60/60 20/20 De constructie 60/60 20/20 is een veel gebruikte constructie in bedtextiel voor geweven katoen. Het is relatief dicht geweven en redelijk dik en dus sterk. Dit is ook wel bekend als kretonne.
Percaline Wordt uit 30-er garens geweven. Deze zijn dus 1,5 keer zo fijn als 20-er garens. Door de fijne garens kan men meer garens verwerken per engelse inch. De meest voorkomende constructie is 76/68 30/30. Voordeel is een zachter weefsel maar ook iets dunner dan 60/60 20/20. Percal Wordt uit 40-garens geweven. (nog fijner dan percaline) constructies als 103/89 40/40 of 119/83 40/40 zijn gebruikelijk. Heerlijk zacht en soepel. Helaas is percal door de fijne garens wel kreuk-gevoelig.
Bovenstaand hebben wij drie constructies uitgelegd. (de meest voorkomende in Nederland en België) Er zijn echter nog vele andere constructies mogelijk zoals 52/52 21/21 bijvoorbeeld, veelal gebruikt voor goedkopere overtrekken. Alle zijn zogenoemde platbindingen. Wevex gebruikt voor haar produkten met name percaline en 60/60 20/20 constructies. Wevex maakt voor al haar produkten gebruik van "Sulzer" weefmachines. Deze zijn bekend van het gelijkmatig weven van doeken.
Double Face Boven als onderkant is qua uiterlijk verschillend zodat het dekbedovertrek aan beide zijden gebruikt kan worden. Flanel Weefsel dat aan een of beide kanten geruwd is. Jacquard Weefsel waarin dessins ingeweven zijn. Jersey Verzamelnaam voor diverse breiseltypen. Molton Weefsel van katoen waarbij de minuscule vezeltjes iets buiten het doek zijn gehaald waardoor het een wolachtig karakter krijgt. Kammen Het evenwijdig neerleggen van vezels gecombineerd met het ontdoen van de korte vezels en onzuiverheden van het weefsel. Zengen Uitstekende vezeleinden van het weefsel afschroeien om het doek een kaler en gladder uiterlijk te geven. Hierdoor wordt pilling tegengegaan. Ruwen Vezeltjes die uit draden omhoog getrokken worden waardoor een haardek ontstaat. Vollen Het verdichten en krimpen van weefsels om deze zwaarder, dichter en sterker te maken. Kalanderen Het zo glad en glanzend mogelijk maken van het weefsel door middel van het geleiden van het weefsel onder twee zware walsen. Krimpvrij maken/ Sanforiseren Voorkrimpen van stof door middel van het bevochtigen met stoom. Merceriseren De platte vezel wordt opgezweld en wordt korter, sterker en steviger waardoor er een glans gegeven wordt die bestand is tegen wassen.
|
| Volgende > |
|---|
